Vraag-het-Step: better minor en voorbereidende klaveren
In deze aflevering van Vraag-het-Step vraagt FritsB ons een toelichting over keuzes die je moet maken wanneer je je bedient van een vijfkaart hoog-systeem.
Niveau**
Waarde redactie,
Bij gebrek aan een vijfkaart hoog prefereert men vaak te openen met een 4432 hand met "best minor". Wat is "best" bij deze voorkeur? A10 of Vxx? Ik lees het wel in de StepKrant, aflevering 5.
Groet,
FritsB
better minor
Beste FritsB,
Dat heb je goed voorzien. Wij behandelen hier graag je vraag, want hij is van algemeen belang.
Alvorens er op in te gaan, eerst even iets rechtzetten. De uitdrukking ‘best minor’ bestaat officieel niet. Het is een verbastering van ‘better minor’ en dat is wèl een gangbare bridgeterm. Tot zover het taalkundige aspect. Over naar het bridgetechnische deel.
Grosso modo zijn er twee soorten biedsystemen: de vierkaart hoog-openingen en de vijfkaart hoog-openingen. Beide systemen hebben hun voors en hun tegens. Er is geen eenduidige mening welke aanpak het best is. Tot op topniveau worden beide systeem gespeeld.
Speel je vierkaarten hoog, dan kan je altijd op een vierkaart (of langer) openen en bestaat het probleem van ‘better minor’ niet eens. Zoals FritsB al in zijn vraag aangeeft doet de keuze voor een kortere, lage kleur zich alleen voor bij systemen waarbij de opening in een hoge kleur geschiedt op een vijfkaart of langer. Dan kan het voorkomen dat je moet improviseren bij je openingskeuze. Het gaat dan met name om deze verdelingen (lees van links naar rechts: schoppen-harten-ruiten-klaveren), waarbij we er uiteraard vanuit gaan we voldoende punten hebben:
A. 4-4-3-2
B. 4-4-2-3
C. 4-3-3-3
D. 3-4-3-3
Oké, we mogen geen hoge kleur openen, we spelen immers ‘vijfkaarten’. Maar wat dan wel? Ook hier zijn weer twee scholen te onderscheiden: doubleton klaveren (of zo u wilt de voorbereidende klaveren) en better minor.
doubleton klaveren
Heb je geen vijfkaart hoge kleur of geen vierkaart ruiten, open dan 1
. Dat kan soms op een driekaart of op een doubleton. In de voorbeelden A t/m D open je dus altijd 1
. Geen discussie over mogelijk.
better minor
De eerste keus is lengte. Bij A. open je 1
en bij B. open je 1
. Bij C. en D. zijn de lage kleuren even lang. Dan gaat de kwaliteit meespelen. Twee voorbeelden:
open 1
met:
H V 7 6
B 5 4
A V 5
B 10 2
open 1
met:
H V 7 6
B 5 4
V 5 2
A 10 2
vraag en antwoord
Vraag: waarom hoeft het openen op een lage kleur niet noodzakelijk op lengte te geschieden?
Antwoord: omdat het ontdekken van een fit in een lage kleur lang niet zo urgent is als het vinden van een fit in een hoge kleur. Immers, bij mancheonderzoek kijken we bijna altijd naar 3SA of 4
/
. Alleen bij extreem goede aansluiting in een lage kleur komt 5
/
of slem
in een lager kleur in aanmerking.
Vraag: mag je met minder dan zes punten passen als je partner met een voorbereidende klaveren opent?
Antwoord: dat hangt er van af. Indien je zelf over een vierkaart klaveren beschikt, is pas redelijk. Met minder klavers is pas riskant omdat je mogelijk in een hele slechte fit verzeild bent geraakt. Zeker kwetsbaar is dat niet fijn. Om dit risico te vermijden zijn er twee oplossingen:
A. antwoord in je langste kleur, ook al ben je zwakker dan die zes punten. Partner en tegenstanders moeten hiervan op de hoogte zijn, zodat ze rekening (kunnen) houden met een mogelijk zeer zwakke hand bij jou.
B. gebruik 1
als een afwijzend antwoord. Dit bod zegt niets over je ruitens, maar geeft alleen aan dat je minder dan zes punten hebt. Tegenwoordig komt men in Nederland op landelijk niveau een dergelijke aanpak wel tegen onder de naam Dutch Doubleton.
De lezers zijn van harte uitgenodigd vragen over bridgetechniek en –ethiek voor te leggen aan de StepKrant. Mail naar stepkrant@stepbridge.nl.